dore-dokkum > column.php?nr=25183&stuurdoor

Column

24 juni 2017

Snoeren in lieflijke dreven

Een poosje geleden verschenen in een uitzending van ‘Hjoed’, het journaal van Omrop FryslânSjoerd Feitsma (PvdA), wethouder van financiën in de gemeente Leeuwarden en Sietske Poepjes (CDA), gedeputeerde voor cultuur van de provincie Fryslân. Als zulke belangrijke mensen tegelijkertijd op het scherm verschijnen gaat het over geld en … Leeuwarden als culturele hoofdstad in het jaar des Heren 2018.

 

Mijn veronderstelling klopte. Het ging over geld, heel veel geld voor de ‘eleven fountains’ en de ‘legacy’. De wat? Had ik een verkeerde zender gekozen? Was ik bij de BBC (Omrop Ingelân) terechtgekomen? Ineens begreep ik dat het taalgebruik van de twee Friese politici een soort mengelmoes was, het zogenaamde Frengels. Het ging over de elf fonteinen, ontworpen door buitenlandse kunstenaars, en ja, dat kost een paar centen. En met ‘legacy’ bedoelden ze de erfenis, de opbrengst van de culturele hoofdstad na 2018. Dan komen er nog steeds duizenden en duizenden toeristen naar Leeuwarden en omstreken. Dan stroomt het geld in grote hoeveelheden binnen. Een vroegere buurvrouw zei in zulke gevallen: ‘Wie dat gelooft heeft een kalf in het hoofd.’

 

Een paar uur later hoorde ik, in mijn hoofd, de stem van een Zuid-Afrikaanse ambassadeur. Ik weet nog precies waar ik hem hoorde spreken en wat hij zei. Het was in september 1975, bij Tjerkwert, een dorp ten zuiden van Bolsward. De vertegenwoordiger van Zuid-Afrika zou worden overgeplaatst naar een andere post en ter gelegenheid van zijn vertrek  werd hij geïnterviewd door  NCRV-radio. De journaliste vroeg hoe het hem in Nederland bevallen was. Even later klonken de volgende woorden: ‘De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen …’. Er was geen twijfel mogelijk; de ambassadeur citeerde uit de Statenvertaling van 1637, vast en zeker een psalm. Maar welke? Voor een met de vertaling van 1637 opgegroeid persoon is het vervelend om te moeten constateren dat hij niet meteen kan zeggen om welke psalm het gaat.

 

Thuisgekomen bleef de begroeting met mijn vrouw beperkt tot een vluchtige kus. Ik haastte me naar de studeerkamer. Daar werd de concordantie, dat schitterende boek met alle teksten uit het Oude en Nieuwe Testament ter hand genomen. Ik zocht bij snoer en het was in één keer raak: bij Psalm 16, vers 6 vond ik de woorden van de vertegenwoordiger van Zuid-Afrika.

De snoeren zijn meetsnoeren. In Palestina was de grond gemeenschappelijk bezig en de percelen werden met een meetsnoer aangegeven. Daarna kreeg men door middel van het lot een stuk grond toegewezen. Als je het goed trof viel het snoer in een liefelijke plek.

 

Snoeren en liefelijke plaatsen, dat is taal naar mijn hart. Intussen, ik schrijf dit stukje op Pinksterzondag, het feest van de taal, ligt mijn bureau bezaaid met Bijbels. Ik geef een paar vertalingen van Psalm 16:6.

 

Fryske Bibel (1978)

‘De mjitsnoeren binne foar my yn skoandere kontreien fallen’.

 

Naardense vertaling (2004)

‘De snoeren zijn mij gevallen in liefelijke plaatsen’.

 

Nieuwe Bijbelvertaling (2005)

‘Een liefelijk land is voor mij uitgemeten’.

De wethouder en de gedeputeerde bezondigden zich aan modieus taalgebruik; ze gaven zich met groot gemak over aan taalinflatie. Voor mijn gevoel moet de gemeente van de Heer zich niet op zulke ijdele wegen begeven. De theoloog Arnoud Albert van Ruler (1908 – 1970) heeft eens gezegd dat hij geen enkele moeite deed om in het gevlij te komen van ‘het moderne denken’. Toen ik dat jaren geleden voor het eerst las, fronste ik mijn wenkbrauwen, nu zeg ik dat ik Van Ruler steeds beter begin te begrijpen.

 

Koen Zondag


Voor actuele columns zie het columnoverzicht

  Meer informatie     ANBI-register Verenigde Christelijke Gemeente Dokkum
 
  contact maandblad sitemap
  routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
  veelgestelde vragen inloggen  colofon
     
   
  © 2017 Doopsgezind.nl