> column.php?nr=60690&stuurdoor

Column


ter inspiratie

Ter inspiratie 

Wie zomaar eens een tochtje door het Friese of Drentse land maakt, ziet soms in de weilanden hier en daar een groepje schapen rondlopen. Ze stofferen als het ware het landschap. Schapen zijn de laatste tijd in het nieuws omdat ze zich nauwelijks kunnen verdedigen tegen dieren, zoals een wolf, die zich agressief tegenover hen opstelt.  Ze zijn afhankelijk van de zorg van de boer of van een herder. 
Over een herder gesproken. Meestal denken we dan aan een bepaalde vorm van toerisme op de heide van Dwingelo. Daar wordt in de zomermaanden als een attractie voor de bezoekers, het eeuwenoude beroep tijdelijk weer in ere hersteld. Zodra het toeristenseizoen voorbij is, worden de schapen naar een weiland overgebracht en verdwijnt de herder van het toneel. 

Het woord herder echter, roept zeker in kerkelijke kring herinneringen op aan psalm 23. Daarin lezen we over de Heer die mijn Herder is. Eigenlijk zijn het helemaal geen vanzelfsprekende woorden. Zeg je in deze tijd nog wel: de Heer is mijn Herder, of wordt er over het goddelijke gesproken als een Kracht? 
In deze psalm wordt een beeld van God weergegeven als Herder, dat was herkenbaar in de tijd dat de dichter dit lied schreef. Uit hoeveel monden hebben die woorden van psalm 23 niet geklonken, in goede en kwade dagen. Dat eenvoudige beeld van een herder zal zeker aan de bekendheid hebben bijgedragen. 

Beelden van God maken, voldoet aan een bepaalde behoefte van de mens. Wat de mens nodig heeft, en het is eigenlijk heel voor de hand liggend, dat is geborgenheid.
Onze verre voorouders wisten, maar ook wijzelf, weten heel goed dat we in wezen overgeleverd zijn aan de grillen van het leven; zoals het lot, natuurrampen en ongelukken. 
Menigeen wordt in het leven geconfronteerd met moeite, gemis en verlies. Uiteraard nemen we allerlei maatregelen om die toevalligheden in te dammen. We sluiten ziekte- ongevallen- en levensverzekeringen af, maar de basisonzekerheid, het leven niet helemaal in de hand te hebben, blijft diep in de mens aanwezig. Uiteraard zijn er ook genoeg gelukkige omstandigheden, maar wat het sterkst klinkt, dreunt ook het langst door, dat kan niet anders. 

Nu kunnen we hiermee leven als er iets tegenover wordt gezet, iets dat de mens overstijgt en raakt. Want, en daar gaat het om, datgene wat mensen in die harde, grillige wereld waarin zij leven niet ervaren, is vaak het omzien naar elkaar. Aanvoelen waar de ander op dat moment het meest mee gediend is. Soms is dat een ontmoeting, een gesprek, soms is het vooral rust en is oogcontact, een knikje in stilte, al voldoende. Of een enkele vraag: Kan ik iets voor je doen?
En zou het beeld van een God als Herder, een beeld dat getuigt van een diep Godsvertrouwen, ons kunnen aanzetten tot omzien naar de ander? Mensen zijn tenslotte de eeuwen door met dat beeld getroost en bemoedigd.

De Heer is mijn Herder, wanneer dit lied ons eigen lied is geworden, kunnen wij in deze raadselachtige wereld nooit geheel verdwalen. Toegegeven, misschien moet dit lied voor ons moderne mensen wel in heel andere toonsoorten gezongen worden, maar de grondtoon moet blijven klinken: 
                     
                                     U draagt mij waar geen weg is
                                     U bent bij mij en ik bij u en zo bij de ander


Majella Voorhans


Terug

 
Meer informatie   ANBI-register Verenigde Christelijke Gemeente Dokkum
contact maandblad privacy
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
2022 Doopsgezind.nl .