> column.php?nr=61319&stuurdoor

Column


ter inspiratie

Ter inspiratie 


 “Foar alle hilligen opnaam yn jo ljocht dy’t fan Jo tsjûgen op har ierdske tocht”
Met bovenstaande woorden begint lied 727 in de Friese versie van het Liedboek en aan deze woorden moest ik denken bij alle publiciteit rond de aanstaande heiligverklaring van pater Titus Brandsma. Getuige zijn in wat je zegt over je geloof en in wat je doet, met die woorden kan de geloofsbeleving van Brandsma als navolger van Christus in zekere zin worden samengevat. Bij Titus Brandsma denken we begrijpelijk al gauw aan zijn in verzet komen tijdens de Tweede Wereldoorlog en aan zijn sterven in concentratiekamp Dachau,  maar het is ook goed om extra stil te staan bij zijn gedachten  over geloof en geloofsleven. In het boek ‘Titus Brandsma-Karmeliet’ zegt de schrijver, Constant Dölle, het zo: “ Vaak spreekt Titus over God die kenbaar is in de grond van ons bestaan . Hij woont in ons en gaat met ons mee en Hij draagt ook de lasten van ons bestaan…God noemt zijn naam ‘Ik ben met jullie’  , dat is het enige dat Hij laat weten en dat is voldoende”   Over die zekerheid heeft Titus vaak gesproken en geschreven als kloosterling en als professor in Nijmegen en die zekerheid van Gods nabijheid heeft hij heel intens ervaren toen hij , na zijn arrestatie , in eenzame opsluiting gevangen zat in Scheveningen waar hij in zijn cel de woorden schreef:                                                                                                                                “Want Gij o Jezus zijt bij mij, ik was U nimmer zo nabij, blijf bij mij , bij mij, Jezus zoet, Uw bijzijn maakt mij alles goed”.                                                                                                                                           Op een van de staties in het park bij de Bonifatiusbron hier in Dokkum zijn deze woorden later ook aangebracht. Het diep doordrongen zijn van de nabijheid van God in Christus is tot het laatst toe, ook op die lijdensweg  in Dachau, zijn  geloofsfundament gebleven. Constant Dölle omschrijft het zo: “In dit grensgebied zonder enige troost, waar de mens alles werd afgenomen, bleef Titus zichzelf. Zijn innerlijke stilte, zijn laatste bezit, kon niemand hem ontnemen. Zijn laatste spaarzame woorden waren een zegening en herinnerden de ontluisterde mens aan het ware leven”  Een medegevangene in Dachau , pater Othmarus , beschreef in een getuigenverslag Titus houding  met de volgende woorden: “Hij werd zo mishandeld dat zijn tanden letterlijk los in zijn mond stonden. Hij vergold dat met de gebedswoorden van Christus: “Heer vergeef het hun”. En zo zegt Othmarus  :” Nooit hoorde ik of iemand anders een klacht van hem. Hij was een heilige”. Tot het einde toe laten zien wat navolging van Christus voor hem betekende, zo mogen wij hem anno 2022 gedenken. Bij het begrip ‘heilige’ moet ik wel eens denken aan de volgende omschrijving die ik eens las.  Een vader was met zijn zoontje in een prachtige kerk waar het zonlicht door de gebrandschilderde ramen met de daarop afgebeelde mensen scheen. Toen de jongen vroeg : “Wie zijn dat , wie zijn op die ramen afgebeeld?”, toen zei de vader: ” Dat zijn heiligen”. Thuisgekomen vroeg de moeder wat ze in de kerk gezien hadden en toen zei de jongen : “We hebben heiligen gezien”. En toen de moeder daarop vroeg : ‘Heiligen, wat zijn dat?”, toen antwoordde de jongen: “Een heilige dat is iemand waar het licht doorheen schijnt”. Treffender kan het eigenlijk niet gezegd worden, heiligen dat zijn mensen  door wie het licht van Christus straalt in deze wereld. En over een paar weken mogen we met Pasen vieren dat het Licht de duisternis voorgoed heeft overwonnen.
Teun R. A. Simonides


Terug

 
Meer informatie   ANBI-register Verenigde Christelijke Gemeente Dokkum
contact maandblad privacy
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
2022 Doopsgezind.nl .